Parkeergarages

Ik rijd bij voorkeur in tamelijk nieuwe auto's, want ik ben als de dood om met panne te komen staan. Eén keer in mijn leven stond ik op een druk kruispunt vast met een oude auto die niet meer in beweging te krijgen was. In een mum van tijd stond het hele kruispunt vol. Het was natuurlijk spitsuur. Het vehikel liet zich zelfs niet duwen. Dat was te merken toen een zestal geërgerde automobilisten, omwille van de doorstroming, mijn wagentje aan de kant probeerden te krijgen. Het was van voor de tijd van de mobiele telefoons. Ik heb mijn tas onder mijn arm genomen en ben, het getoeter negerend, naar de dichtstbijzijnde telefooncel gelopen. Ja, die had je toen nog plenty gelukkig. Er lagen ook telefoonboeken in, althans die hingen aan een rek. Een hele rij. Zodoende kon ik een slopersbedrijf opzoeken, dat naar mijn idee niet zo ver uit de buurt lag.

“Hallo.”

“Eh ja, met Ria. Ik heb een spoedgeval.”

“O,” zei de man. “En ik ga zo naar huis.”

“O mijnheer, dat kan echt niet hoor. Ik spreek toch met het sloopbedrijf?”

“Ja, maar in het weekend zijn we dicht.”

Ik zuchtte diep. Over een andere boeg gooien dan. “Mijnheer, ik ben maar alleen en ik heb echt uw hulp nodig. Ik heb niemand anders.”

“Zozo.”

“Ja, mijn auto staat op het kruispunt van de Torenstraat. Hij wil ineens geen kant meer op. Als u hem daar wegsleept mag u hem hebben.”

“Nou, dat zal ik dan maar doen.”

“Het sleuteltje zit er nog in.”

“Komt voor elkaar.”

Ik heb er nooit meer wat van gehoord. Ook niks in de krant gelezen. Zo makkelijk kwam je vroeger van een oude auto af. Ik heb toen maar weer een poosje gefietst, want ik was niet draagkrachtig. Maar sinds het me lukt om aan de financieringsverplichtingen te voldoen ben ik weer gemotoriseerd, al vergelijken sommigen de auto's die ik pleeg aan te schaffen met rugzakken. Ik ben er blij mee en probeer alle risico's te vermijden. Dat lukt niet altijd, maar je leert je eigen grenzen kennen. Parkeergarages mijd ik bijvoorbeeld als de pest. Dat komt doordat ik een keer met mijn bumper kwam vast te zitten in de ronding van een oprit in zo'n garage. Vier sterke mannen tilden mijn gehavende autootje gewoon op en zetten hem weer op het juiste spoor. Later kon ik er een keer niet uit doordat het uitrijdbonnetje verlopen was. Ook hier filevorming, boze gezichten en verwensingen. Ik rende een kwartier heen en weer tussen mijn auto en de automaat, in een poging een geldig kaartje te krijgen, wat uiteindelijk lukte, maar ik was een zenuwinstorting nabij. Parkeergarages zijn dus taboe.

Veel mensen snappen dat niet. Gisteren werd mij nog omstandig uitgelegd hoe handig die voorzieningen zijn en dat ze nooit problemen geven. Ahum.

Vandaag wat boodschapjes gedaan voor mijn zoon en zijn gezin. Die zijn met vakantie en komen vanavond terug. Het is prettig als er een bloemetje staat en er wat eerste levensbehoeften zijn als ze thuiskomen. Ik had het plan opgevat om de boodschappen in hun buurt te doen. De supermarkt is gelegen in een winkelcentrum met een parkeergarage eronder. Geen parkeerplek bovengronds te bekennen. Dus, de aanprijzende woorden van mijn kennis nog vers in het geheugen, vermande ik mezelf en reed de garage binnen. Plekkie zo gevonden. Met de roltrap naar de supermarkt. Fluitje van een cent. Met 3 tassen boodschappen ( want je koopt altijd teveel) terug naar mijn autootje. Spullen in de achterbak en rijden maar. Niet dus.

Mijn auto, die zelfs nog nooit aan de verplichte keuring onderworpen hoefde te worden, altijd prima is onderhouden en nog nooit een keer heeft gehaperd, gaf niet thuis. Je gelooft dat eigenlijk niet, dus nog een paar keer geprobeerd. Niks. Zelfs de deuropener deed het niet meer. Gelukkig ben ik verzekerd bij de FBTO. Ook voor automobilistenhulp. Ik heb zelfs het alarmnummer in mijn mobieltje staan. Ik werd lang in de wacht gezet, dat heb je zo bij verzekeringen en ik begon het voorgevoel te krijgen dat de batterij van mijn mobieltje leeg zou zijn voordat ik iemand aan de lijn had. Maar nee. Dat viel mee. Maar ze moesten me wel doorverbinden. Weer wachten.

De man op de alarmlijn vroeg als eerste mijn telefoonnummer. WEETIKVEEL. Ik bel mezelf nooit. Het nummer staat wel in mijn mobieltje, maar als ik dat zou gaan zoeken zou ik de man, die ik zo hard nodig had, vast weer kwijtraken. Afijn, na enig gerommel in mijn tas vond ik een visitekaartje waar mijn nummer op stond. Alles geregeld. Binnen 3 kwartier zouden ze komen. Na een half uur verscheen er geen goed uitgeruste wegenwachtwagen, maar een takelwagen, die uiteraard de parkeergarage niet in kon.

De bestuurder van de takelwagen liep met mij en een zogenaamde snelstarter de parkeergarage in en was net zo verbaasd als ik dat mijn autootje niet startte. Het apparaat was leeg. Hij moest met zijn snelstarter terug naar de takelwagen om de deze op te laden. Twee keer. Mijn autootje gaf geen sjoege. Eindconclusie: snelstarter was leeg en niet meer oplaadbaar.

“Weet u wel zeker dat het de accu is?” vroeg ik.

Hij dacht van wel. “Ik zal even de spanningsmeter pakken,” zei hij.

Vijf minuten later was hij weer terug. De spanningsmeter was kapot. “Uw auto moet mee naar de garage,” zei de man optimistisch.

“Wattt? Voor een lege accu. Kan er dan niemand een accu hier brengen. Normaal gesproken hebben jullie die toch bij je?”

“Nee, wij niet. Wij zijn een bergingsbedrijf.”

“En hoe gaat u mijn auto dan hier uit de parkeergarage halen?”

“Nou, we moeten hem naar de oprit duwen. Even het verkeer stilleggen, en dan gooi ik een lier uit. Daar trek ik uw autootje dan mee omhoog.”

“En als we dan bij uw bedrijf zijn, kan de accu dan worden vervangen, als dat het probleem is tenminste?” vroeg ik, nog enigszins hoopvol.

“Nee, dat niet. Zoals ik al zei zijn wij een bergingsbedrijf. Maar misschien kunt u een leenauto krijgen en dan slepen we uw auto maandag naar uw eigen garage.”

Ondertussen ging er door me heen dat mijn maximale parkeertijd nu wel was verstreken en dat de bederfelijke waren die ik had aangeschaft, gezien de zomertemperaturen, zo langzamerhand klikorijp begonnen te worden.

“Het is toch eigenlijk te gek voor woorden,” zei ik tegen de man, die het misschien ook niet kon helpen.

“We kunnen nog één ding proberen,” opperde de man. “Hebt u startkabels?”

Zwijgend maakt ik de achterbak van mijn auto leeg, denkend: 'die zou je toch op zijn minst zelf moeten hebben'. Maar afijn. Ik keek onder het tapijt, dat mijn reserveband afdekt en ja hoor. Startkabels. Verheugd nam de man ze van me over en sprong af op automobilisten die de parkeergarage binnenreden. De derde wilde wel helpen. Na enkele mislukte pogingen en vonkenregens, (aan de verkeerde pool aangesloten klemmen), sloeg mijn motor aan. En weer af. Maar uiteindelijk kreeg de man hem toch aan het lopen. Hoera.

“Nu drie kwartier blijven rijden”, adviseerde de man van het bergingsbedrijf me, “en vooral niet de motor afzetten. En dan doorrijden naar je eigen garage.”

Welnu, ik moest toch maar eerst de boodschappen met bederfelijke waar naar het huis van mijn zoon brengen, vond ik. Ik liet de motor draaien en plempte alle spullen op de eettafel en rende het huis weer uit. Mijn auto was niet door een brutale dief gestolen en de motor draaide nog. Uiteraard had ik alle stoplichten en bruggen tegen. Ik negeerde bij de bruggen het gebod: 'motor af' en gaf juist extra gas. Broembroem. Na drie kwartier hield ik stil bij mijn eigen garage, waar men al snel tot de conclusie kwam dat de accu vervangen moest worden. Hoe dat kon wisten ze ook niet, maar het was een voldongen feit. 2 minuten werk en betalen. “Tot ziens mevrouw.”

Afijn, het leed is weer geleden. Maar ik heb wel 2 dingen besloten.

 

  1. Ik ga nu echt nooit meer een parkeergarage in

  2. Voor de automobilistenpechhulp neem ik een andere verzekeraar.    

Tags: 

1 Comment

Reactie toevoegen

Filtered HTML

  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.