Vrede op aarde

 

Agressie. Ik had nooit gedacht dat dit zomaar, op een zonnige zaterdagmiddag, op mijn pad zo komen. Want wie zou een gewone menslievende weduwe nou ooit iets willen aandoen? 

Nog geen 2 weken voor de kerst, rijd ik in mijn kittige autootje, dat door sommigen wordt aangemerkt als een oudenlullenkarretje, naar het winkelcentrum om de weekendboodschappen in huis te halen. Kerstverlichting brandt overal. In de volgeladen winkelwagentjes zie ik sinaasappels, kerststol, bubbeltjeswijn. Een jonge vrouw sleept een kerstboom achter zich aan. Gezellig om in deze sfeer te winkelen. Gelukkig is de parkeerplaats, op het terrein bij het winkelcentrum, niet overvol. Ik zie een ruime plek. Eigenlijk twee, maar de auto's links zijn zo buiten de vakken geparkeerd, dat er geen twee auto's tussen passen. Ik parkeer, op een autodeur afstand van het autootje rechts, waardoor er links van mij een ruimte overblijft waar misschien een motor zou kunnen staan, maar in geen geval de vette wagen die nu achter mij stilhoudt. 

Ik stap uit en de nieuw aangekomen bestuurder begint wild te gebaren dat ik mijn auto meer naar rechts moet zetten. Ik neem de situatie op. Zijn auto is van het type dat ik persoonlijk kwalificeer als een asokar, maar de eigenaar zal zijn vervoermiddel waarschijnlijk hebben uitgekozen om zijn 'stoerheid'. De stoere wagen is lang en breed. Oke, als ik mijn auto ietsje naar rechts zet, zal de bestuurder van de wagen naast mij nog wel in zijn auto kunnen komen. Maar plaats voor de stoere wagen zal er niet zijn. Niettemin stap ik braaf in mijn auto, rijd naar achteren onder dreigend toezicht van de wachtende automobilist en steek weer in. Ik ben amper uitgestapt of de man stuurt zijn vrouw de stoere auto uit en knalt zijn wagen met een vaart in het gat. Ruimte tussen zijn auto en de mijne: 10 cm. De spiegels raken elkaar. Ruimte tussen de stoere kar en de auto aan de linkerkant: een centimeter of 25. 

Ik aanschouw de situatie met aan ontzetting grenzende verbazing en zeg tegen de uitgestapte vrouw: “dit kan toch niet mevrouw, iedereen kan toch zien dat er onvoldoende plaats is.” Als die vrouw nou had gezegd: “ja, mijn man is in dit soort dingen een eikel. Maar u zou mijn dag goed maken als u niks zegt,” zou ik omwille van mijn bijdrage aan de wereldvrede waarschijnlijk schouderophalend zijn vertrokken. Zij snauwt mij echter onder een verwijtende blik toe: “dat moet je niet tegen mij zeggen, maar tegen DE MAN. Maar dat durf je zeker niet.” 

Ik maak geen woorden vuil aan de onderdanige echtgenote en stap af op DE MAN, die probeert zich uit zijn auto te worstelen. Hij wordt daarin belemmerd door zijn buik, die onmiskenbare tekenen vertoont van veel bierconsumptie. Mijnheer,” zeg ik op neutrale toon tegen DE MAN, die nu bekneld zit tussen het portier en de deur, die de auto ernaast onaangenaam schampt, “Dit gaat toch niet. Misschien lukt het u uit de auto te komen, maar ik kan er in elk geval niet in.” Minachtend kijkt DE MAN mij aan, zonder enig respect voor ons verschil in leeftijd. Ik schat hem op een dikke veertiger. Vijftig misschien en sowieso dik. Hijgend en worstelend komt zijn reactie: “dan had je je auto meer naar rechts moeten zetten.” Dat kan niet,” repliceer ik. “Dan kan degene die naast mij staat niet meer instappen.” 

Even lijkt het erop dat DE MAN zich terug in zijn auto gaat wringen. Maar dan werpt hij een blik achterom, naar zijn vrouw, en je ziet aan zijn gezicht dat hij zich realiseert dat hij zich dient te gedragen als DE MAN. Hij doet een laatste poging zich uit zijn auto te wurmen en hij schiet los. Zijn buik vasthoudend schuifelt hij langs de auto's die hem omklemmen als pindakaas tussen twee boterhammen. Beide wagens worden gepoetst en geschuurd. 

Ik ben al bijna in de fase van berusting. “Maar mijnheer,” probeer ik nog als hij zich bij zijn vrouw voegt. Hij kijkt boos langs mij heen terwijl hij ruziet: “Ik vroeg toch vriendelijk of je hem naar rechts wilde zetten. Dan moet je het zelf maar weten. Je staat nog scheef ook.” Hij kan niet verder naar rechts, anders zet ik die ander klem,” sputter ik in een zwakke poging hem enig begrip voor de situatie bij te brengen, tegelijkertijd overpeinzend of ik zijn dreigende gebaren wel kan plaatsen als een vriendelijk verzoek. 

Het toegestroomde publiek bemoeit zich er nu mee. Want als het erop gaat lijken dat een klein bejaard vrouwtje gaat matten met een forse kalende vijftiger, is iedereen er als de kippen bij. Welke auto is van u?” vraagt een bemoeizuchtige dame. Die paarse,” antwoord ik, sullig van verbijstering. Die mijnheer heeft gelijk, hij staat inderdaad scheef,” bepaalt de vrouw alsof ze van de plaatselijke parkeerpolitie is. Ik zie het nu ook. De voorwielen staan misschien wel 10 centimeter meer naar links dan de achterwielen. Dat krijg je van inparkeren onder druk. Niet dat het iets zou hebben uitgemaakt, qua ruimte. Ik klap dicht. 

Jij komt in elk geval je auto niet meer in,” werpt DE MAN mij triomfantelijk toe, voordat hij mij de rug toekeert. Hij begeeft zich met zijn vrouw richting supermarkt en het opstootje lost op. 

Met sterk verhoogde bloeddruk ga ik naar de bloemenwinkel. En naar de Blokker. En de Zeeman. En het Kruidvat. De stoere auto staat nog steeds naast de mijne. Ik had er graag een foto van gemaakt, maar ik beschik niet over zo'n geavanceerde telefoon met camera. Voor alle zekerheid noteer ik het kenteken van DE MAN: 43JVL3. Want je weet nooit of het hem wel lukt om zonder schrammen weg te komen. 

Afijn, ik heb nog lekker gewinkeld bij Albert Heijn. En daarna was de auto van DE MAN weg. Mijn Fiatje is niet bekrast; mijn banden niet lek gestoken. Mijn vertrouwen in de mensheid is wel geschaad. Wat mankeert zo'n stel om zich zo hufterig te gedragen, om niets? In de lijn van de kerstgedachte bedenk ik dat hen iets vreselijks dwars moet zitten. God, dat kan van alles zijn. Een dochter die er met een irritant vriendje vandoor is, een doodzieke kat of de kerstboom is omgevallen en alle ballen stuk. Je weet het maar nooit. Er zal DE MAN en DE VROUW ongetwijfeld een groot onrecht zijn geschied, waardoor ze hun gram willen halen op een wildvreemd en volkomen onschuldig medemens. Eigenlijk onbewust begin ik een lied te zingen. Want zingen lost veel op. “Vrede op aarde,” klinkt er over de straat. “Vrede op aarde voor alle mensen.”

 

 

 

 

 

 

 

Tags: 

1 Comment

DE MAN

Wat een treffend verhaal weer!DE MAN zou dit eigenlijk ook moeten lezen, voor wat zelfreflectie.

Reactie toevoegen

Filtered HTML

  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.